Breinvriendelijk onderwijs volgens de 6 principes van Kagan

Er is steeds meer bekend over de werking van het brein. Zo weten we dat het brein zeer plastisch is en daardoor in staat om continu nieuwe verbindingen te blijven maken en dus te leren. Ook is uit onderzoek gebleken dat de hersenen voorkeur hebben voor bepaalde manieren van leren. Door hier zoveel mogelijk rekening mee te houden in ons onderwijs zijn we in staat zo efficiënt mogelijk les te geven waardoor onze leerlingen optimaal tot leren kunnen komen. Met de volgende 6 principes als uitgangspunten leg jij de basis voor breinvriendelijk onderwijs!

Principe 1: voeding

Onze hersenen verbruiken zo’n 20 procent van het totaal aantal ingenomen calorieën. Bij het leren van nieuwe vaardigheden is het energieverbruik vele malen hoger dan bij het oefenen met eerder verworven vaardigheden. Niet gek dus dat de hersenen van leerlingen veel voeding vragen. Zij leren immers de hele dag door nieuwe dingen. Naast voeding in de vorm van calorieën is het van groot belang dat de hersenen continu worden gevoed met zuurstof. De werking van het brein gaat snel achteruit als we die toevoer stopzetten of minimaliseren. Kortom: willen wij dat onze leerlingen bij de les zijn en hun verstand kunnen gebruiken, dan moeten we ervoor zorgen dat er voldoende voedingsstoffen en zuurstof naar de hersenen wordt gevoerd. Dit kunnen we onder andere doen door veel beweging in te bouwen in ons onderwijs, leerlingen de mogelijkheid te geven om gezond te eten en veel te drinken, en leerlingen aan te leren op een goede manier adem te halen.

Principe 2: veiligheid

Een tweede voorwaarde om de hersenen in staat te stellen optimaal tot leren te komen is het bieden van een veilige omgeving. Leerlingen mogen zich niet geremd voelen door bedreigingen van buitenaf of binnenuit. Op het moment dat een leerling wel een vorm van bedreiging (pesten, buitengesloten voelen, faalangst, verlegenheid, etc.) voelt dan wordt het vecht- of vluchtmechanisme in werking gesteld. Dit zorgt er onder andere voor dat de hartslag verhoogt wordt, de ademhaling versnelt, het lichaam gaat zweten en het denkvermogen afneemt door de focus op het ‘gevaar’. Door deze reacties veranderen de functies in het lijf. De voedingsstoffen zullen nu voor een groot deel gaan naar de spieren in plaats van naar de hersenen om het lichaam in staat te stellen de vechten of te vluchten. Daarnaast is de focus verlegt van leren naar de bedreiging. Gelukkig kunnen wij, als leraren, veel doen om een veilig gevoel van leerlingen te vergroten. Doe bijvoorbeeld ontspannings of meditatie oefeningen. Stimuleer positieve sociale interactie en saamhorigheid. Maak gebruik van humor en zorg voor een ontspannen sfeer. Ben hier gedurende de dag bewust en actief mee bezig.

Principe 3: sociaal

Van nature zijn mensen gericht op samenwerking, het brein is een sociaal orgaan. Door gebruik te maken van coöperatief leren in de klas wordt het sociaal-cognitieve netwerk geactiveerd, ontstaat er een gevoel van saamhorigheid en worden leerlingen in staat gesteld om zich sociale vaardigheden eigen te maken. Het resultaat hiervan is dat leerlingen zich veiliger voelen, creatiever kunnen denken en tot een hoger leerrendement zullen komen door de onderlinge hulp en aanmoediging van klasgenoten. 

Wil je meer weten over coöperatieve werkvormen? Kijk dan bij de training coöperatieve werkvormen.

Principe 4: emotie

Zoals te lezen was in principe 2 belemmert angst ons om helder na te kunnen denken. Positieve emoties daarentegen verruimen juist ons denkvermogen. Daarbij kunnen emoties ervoor zorgen dat leerlingen de lesstof beter onthouden en worden probleemoplossingsvaardigheden verbeterd. Door positieve emoties op te roepen tijdens het onderwijzen worden de hersenen op een goede manier geprikkeld en geactiveerd. Dit kun je bereiken door les te geven met passie, leerlingen te enthousiasmeren, successen te vieren en leerlingen te laten spelen. Gelukkige leerlingen worden meetbaar slimmere leerlingen.

Principe 5: aandacht

‘Wat aandacht krijgt groeit.’ Deze quote klopt in de breedste zin van het woord. Wil jij dat leerlingen iets leren van jouw les? Zorg er dan voor dat zij zich kunnen focussen op dat wat je ze aanbiedt. Echter is het in de praktijk nog wel eens lastig om de aandacht van leerlingen te vangen en vast te houden. Ze vinden nu eenmaal niet alles even boeiend wat jij ze voorschotelt. Daarbij is focussen iets wat leerlingen moeten leren, zij kunnen dit niet van nature. Zeker niet bij onderwerpen waarin zij niet of minder geïnteresseerd zijn. Een aantal dingen die je kunt doen om leerlingen te leren hun aandacht erbij te houden, zijn: leerlingen leren actief te luisteren door bijvoorbeeld aantekeningen te maken, verwerkingsmomenten in te lassen, afleidingen te minimaliseren, het werkgeheugen te trainen, het kortetermijngeheugen leeg te maken en oefentijd te verspreiden. 

Principe 6: prikkels

Onze hersenen zijn selectief in het verwerken van prikkels. Dat is maar goed ook, want als je alle prikkels binnen zou laten wordt je knettergek. Als je les geeft wil je graag dat leerlingen de juiste prikkels binnen krijgen om tot goede leerresultaten te komen. Gelukkig is het mogelijk om les te geven op een manier waarop de hersenen willen leren. Er zijn verschillende soorten prikkels waar ons brein dol op is. Zo is het belangrijk dat wat er geleerd wordt betekenisvol is en relevant. Ook reageert ons brein goed op voorspelbaarheid maar ook op verrassingen en variatie. Maak gebruik van beelden, liedjes, gebaren, etc. Geef jouw leerlingen de juiste prikkels om de hersenen optimaal in staat te stellen tot leren te komen.

Om leerlingen optimaal tot leren te laten komen is het dus van belang dat we zo efficiënt mogelijk lesgeven. Door rekening te houden met de werking van de hersenen is het mogelijk dit te bereiken. Is jouw onderwijs al breinvriendelijk?



Wil je meer weten over de werking van het lerende brein? Volg dan ons traject voor een breinvriendelijke school of één van onze trainingen: breinprincipes, executieve functies en metacognitie